Dorpsplatforms
De dorpsplatforms doen veel zinvol werk. Het is belangrijk om goed af te stemmen welke taken en verantwoordelijkhedn dorpsplatforms hebben.
De rekenkamercommissie van Renkum het heeft het aangedurfd als eerste echte activiteit een onderzoek te doen naar de dorpsplatforms. Het resultaat van dit onderzoek mag er zijn. Onze fractie is zeer te spreken over deze eerste proeve van bekwaamheid. Chapeau!
De ontwikkeling van de dorpsplatforms ( van een instituut dat aanvankelijk was bedoeld voor het verbeteren van de leefbaarheid in de directe leefomgeving tot een instituut dat nu op twee terreinen actief is, namelijk buurtbetrokkenheid en burgerparticipatie) is op een heldere manier in kaart gebracht en geanalyseerd.
Verschillende factoren hebben hierbij een rol gespeeld: Onduidelijke afspraken, onduidelijke rol (adviesorgaan voor het college of voor de raad)vage convenanten, platforms die hun eigen werkwijze hebben gezocht, voorzitters die zich opstelden als onderburgemeester maar ook een raad die niet altijd even duidelijk over de dorpsplatforms (aan de ene kant terechte zorg over de legitimiteit van deze gremia waar sommige dorpsplatforms een rol claimden binnen het proces van politieke besluitvorming en aan de andere kant gebruik maken van de adviezen van de dorpsplatforms en zelfs zitting nemen in die dorpsplatforms ).
Het bij sommigen levende vooroordeel dat dorpsplatforms de rol van de raad wensen over te nemen is definitief ontkracht. En dat is winst!
De conclusies en de aanbevelingen in het rapport van de rekenkamercommissie zijn helder. Wat onze fractie betreft stellen we deze vast en stellen we het rapport vast. Maar daarmee zijn we er nog niet. De raad zal zich moeten uitspreken over een scenario dat gevolgd zal moeten worden bij de ‘herontwikkeling’ van de dorpsplatforms.
Twee citaten uit het door de raad vastgestelde coalitieakkoord zijn voor onze fractie leidend geweest bij de keuze voor het scenario:
• “Deze coalitie wil daarom, samen met de andere partijen in de Raad, inwoners actiever betrekken bij de voorbereiding van de besluitvorming en/of inwoners de gelegenheid geven hun reacties te geven op voorgenomen beleid.” en:
• “Toekennen van een belangrijke adviesfunctie aan de dorsplatforms in de communicatie naar en met de inwoners.”
De raad als mede-uitvoerder van het coalitieakkoord zou volgens onze fractie een warm voorstander moeten zijn van scenario drie zoals dat genoemd wordt in het rapport van de rekenkamercommissie. In die variant worden de dorpsplatforms gezien als één van de instrumenten binnen burgerparticipatie. Structuur van aansturen en kaders zijn in die variant verhelderd. Kaders, richtlijnen en rapportagelijnen zijn duidelijk verwoord. Op basis van ons coalitieakkoord en rekening houdende met de conclusies en aanbevelingen uit het rapport kiest onze fractie daarom voor scenario drie.
Wij zien een tweeledige rol voor de dorpsplatforms:
• de dorpsplatforms als verbinding tussen inwoners en gemeente (signaleren, input geven, aandacht vestigen op wat een beetje badinerend klein leed wordt genoemd. (Dat ‘leed’ betreft overigens voor de burger veelal grote ergernissen waar de politiek aandacht voor moet hebben) en
• de dorpsplatforms als stakeholder op het terrein van burgerparticipatie. Niet als exclusieve partij, daar zijn alle betrokkenen het over eens, maar als één (en niet de minst belangrijke) van de partijen. In het rapport maar ook door de dorpsplatforms zelf zijn diverse interessante voorstellen gedaan om die rol verder uit werken.
Maar…… daarvoor is het wel noodzakelijk, hierin volgens wij de rekenkamercommissie, dat de gemeente een duidelijke visie heeft ontwikkeld op burgerparticipatie en de benodigde legitimiteit die hieraan ten grondslag ligt is benoemd. En in dit proces zitten we nog volop.
Ten slotte. Laten we niet de fout maken de rol van de dorpsplatforms t e verkleinen tot het ‘kleine leed’. Benut de expressie van de betrokken leden van de dorpsplatforms (en dat zijn er aardig wat) en doe voordeel met hun activiteiten bij de uitvoering van bestuurlijke keuzes. En frustreer zeker die niet de burgers (toch een aardig aantal) die betrokken zijn bij het werk van die dorpsplatforms .
Tot zover