Burgerparticipatie en 'kijkbrillen'
Op welke onderwerpen willen en kunnen we bezuinigen? Die keuze maken kan niet zonder betrokkenheid van burgers. Het plan 'kijkbrillen' werkt niet. Toch kun je wel vanuit de vier achterliggende visies, samen met burgers, naar mogelijke bezuinigingen kijken.
De raad heeft een lastig probleem. De meerjarenbegroting moet op orde worden gebracht. De daling van de algemene uitkering heeft een gat geslagen in die begroting. De uitgaven zullen dus omlaag moeten. We hebben er immers voor gekozen om de belastingen niet te verhogen.
Verlagen van de uitgaven kun je op twee manieren doen:
1 verlagen van de kosten, verlagen van de ambities, minder kwaliteit en efficiencymaatregelen. De gemeente blijft daarbij wel hetzelfde pakket aan diensten aanbieden.
2 minder diensten verlenen. Snijden in het voorzieningenniveau.
We hebben al een aantal maatregelen genomen; het vergroten van de efficiency oplopend tot € 400.000 en het snoeien van wat laaghangend fruit oplopend tot € 77.000.
Er moet nog een bedrag worden bezuinigd dat oploopt tot € 1.359.00 in 2015 Om dat bedrag gaat het dus. Hoe € 1.359.000 te bezuinigen? Dat is de vraag. Nou daar moet je even goed voor gaan zitten. Sommige burgers en politieke partijen weten het wel. Maar….. tussen woord en daad……
Het college bood de raad een handreiking; de kijkbrillenmethodiek. Een benaderingswijze/een werkwijze om bezuinigingsmogelijkheden te vinden. Niet meer en niet minder. Want feitelijk zijn de vier kijkbrillen terug te voeren tot vier vragen die de raad, zich voortdurend zou moeten stellen:
1 Op welke beleidsterreinen kan de gemeente een stapje terug doen omdat er voldoende garantie is dat de burger op die terreinen de overheid feitelijk niet (meer) nodig heeft? (regels en vergunningen)
2 Op welke beleidsterreinen kan door samenwerking en kennisdeling voordeel worden behaald? (schaalvergroting, gezamenlijk gebruik van accommodaties. En ook samenwerken met andere gemeentes.)
3 Op welke beleidsterreinen kun je differentiëren naar groepen burgers, naar dorpen, naar gebruikers e.d. ? (Hij wel, zij niet. Wel in Oosterbeek niet in Renkum.)
4 Welke diensten hoef je als overheid niet meer of nog maar gedeeltelijk te leveren omdat je er op kunt vertrouwen dat de burger dat zelf wel regelt. (Geen kunst en cultuur meer, geen vuilnis ophalen meer, geen groenonderhoud meer)
Hoe werkt de kijkbrillenmethodiek? Je selecteert een aantal beleidsterreinen (niet alle) Die bekijk je door één kijkbril of door meerdere kijkbrillen. Je stelt een of meer van die vier vragen en dat levert een aantal bezuinigingsopties op. (zie de matrijs) Nog geen concrete voorstellen en ook geen eenduidig resultaat. Want de keuze voor een kijkbril is, voor een deel althans, een politieke of zo u wilt, een persoonlijke keuze.
Dat wat betreft de methodiek. Die hebben we toegepast in een raadssessie. Ook binnen de organisatie zijn er dergelijk sessies geweest. We hebben er zelfs met de burger over gecommuniceerd. Maar dat ging niet zo goed.
Hoe ver zijn we met deze methodiek gekomen?
1 Er ligt een matrijs. Summier, niet concreet, niet volledig. De matrijs is niet op een achternamiddag tot stand gekomen maar er zit aan de andere kant ook geen rationale onder
2 We communiceerden met de burger. Maar de burger luisterde niet of had er geen zin in of onze communicatie was niet goed. Hoe dan ook de respons was bedroevend.
3 Hoe meer je met die kijkbrillen bezig bent hoe meer je tot de conclusie komt dat we ook bezig zijn een ander besturingsfilosofie te ontwikkelen . Maar willen we dat? En lukt dat in een paar maanden?
4 En of het college verder kan als we de matrijs goed keuren is nog maar de vraag? Hoe beoordelen we straks de voorstellen? Hebben we daarvoor die matrijs nodig? Of beoordelen we de voorstellen vanuit hun politieke achtergrond?
Voorzitter onze fractie is bang dat we er op deze manier niet uitkomen. We kunnen van alles over die kijkbrillen zeggen. Dat is ook al gebeurd. Onze fractie heeft de conclusie getrokken dat we moeten stoppen met die kijkbrillen. En dat we nu zodanige afspraken moeten maken dat het College verder kan met het doen van voorstellen en de raad in maart een besluit kan nemen.
Om die reden hebben we de handschoen van D66 opgepakt en samen met die partij en met de VVD gewerkt aan een amendement waarin duidelijk wordt uitgesproken hoe we verder moeten. Een amendement dat het college voldoende kaders biedt om met voorstellen te komen. En de raad bepaalt vervolgens wel, zo hoort het ook, welke voorstellen worden uitgevoerd. Daarvoor heb je geen kijkbril nodig maar een politiek gekleurde bril. En zo hoort het ook!
Tot zover